speelsheid the spotlights

‘Hoe schat je haar intelligentie in?’ vraag ik aan mijn collega tijdens een overleg over haar patiënte. ‘O dat weet ik niet, is niet getest, maar ze heeft op hoog niveau gewerkt dus ze zal niet beneden gemiddeld intelligent zijn denk ik. Alleen nu komt ze door angsten tot bijna niks.’ Ik lach een beetje om het antwoord.

Als er iemand vraagt naar intelligentie in mijn werk, als verpleegkundig specialist in de psychiatrie, denken de meeste collega’s meteen aan de minderbegaafde patiënten. Mensen die langere tijd overschat worden in hun mogelijkheden en daardoor uiteindelijk het niet meer redden in hun werk. De lobby in de psychiatrie voor deze mensen was jaren geleden zeer nodig en succesvol. Inmiddels is bijna iedereen in de psychiatrie wel bewust van de mogelijke overschatting van intelligentie bij patiënten en de gevolgen daarvan in het leven en in de behandeling en begeleiding van deze mensen.


Alleen, meestal als IK deze vraag stel is dat niet omdat ik minderbegaafdheid vermoed, maar omdat ik zaken in het verhaal over een patiënt hoor die kunnen duiden op (niet-herkende) hoogbegaafdheid. Mensen die in sommige gevallen minder goed tegen veranderingen kunnen; soms wat anders contact maken, (‘tja het is net geen autisme’ is dan een vaak gehoorde opmerking) of mensen die zelf moeite met contacten hebben, al blijkt uit de situatie of het contact met de behandelaar dat hier geen problemen in lijken te zijn. Zeer goed functionerend op het werk en ineens ‘opgebrand’ zijn en dan niet meer opnieuw tot werken komen, bijvoorbeeld door angsten, een depressie waarvan iemand niet goed herstelt, conflicten die onbedoeld ontstonden met bazen of collega’s, of andere redenen. Mensen die mogelijke behandelingen of vragen enorm analyseren, waardoor ze misschien niet verder komen in behandeling, of mensen die hun behandelaar ‘naar de mond’ praten, omdat ze door hebben welk antwoord ze moeten geven op de gestelde vragen. Over die laatste groep hoor ik overigens nooit collega’s klagen, wel patiënten die mij vertellen dat jaren gedaan te hebben in eerdere behandelingen.


Ik heb vorig jaar een tijd mijn agenda in de gaten gehouden en bij minimaal 30 % van mijn patiënten was er (vermoedelijk) sprake van hoogbegaafdheid. Vermoedelijk? Ja, met mijn klinische blik, kennis en ervaring zag ik een patiënt(e) die worstelde met dingen die voortkomen uit hoogbegaafdheid. Een enkeling had een intelligentietest gehad in het verleden, wat dit bevestigde. Desondanks werd dit nooit in de behandeling meegenomen, als iets om rekening mee te houden. Er waren een aantal patiënten die op een intelligentietest niet boven de 130 scoorde (de zogenoemde ondergrens voor een hoogbegaafde), echter als je keek naar de verdeling van de subscores, zag je o.a. problemen met automatisering, het werkgeheugen en de verwerkingssnelheid terugkomen. Iets wat ook vaak gezien wordt tijdens intelligentietesten van hoogbegaafde kinderen. En deze testen waren nooit afgenomen bij een psycholoog die ervaring heeft met hoogbegaafdheid. Dat laatste wordt vaak minder relevant gevonden in de psychiatrie, echter als je de vele hoogbegaafdheidsdeskundigen in het land erop na vraagt, zul je zien hoe belangrijk dat is. Maar dat is voor een ander blog.


Voor nu vraag ik me één ding vooral af: Wanneer start de lobby voor de hoogbegaafde patiënt in de psychiatrie? Krijgen we aanpassingen op bestaande behandelingen voor hoogbegaafde patiënten, volgen er (workshops op) congressen gewijd aan hoogbegaafdheid? De lobby voor minderbegaafde patiënten is en blijft nodig, maar het is wat mij betreft al lang tijd voor een nieuwe, hieraan parallel lopende lobby speciaal voor de (zich zo vaak onbegrepen gevoelde) hoogbegaafde patiënt!

Ga je mee de barricades op?

No responses yet

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

nieuwsbrief

Wil jij niks missen? Meld je aan voor de nieuwsbrief:

* indicates required
/ ( mm / dd )