Ik zit in gesprek met een collega, een cliënte en haar begeleider. Het is een mooi gesprek, de cliënt is gegroeid en ondanks dat heel kritisch op zichzelf. Ze heeft het gevoel dat ze niet goed genoeg is en als ik haar wijs op de voortgang van de afgelopen tijd wordt ze emotioneel. Ik merk dat het me raakt, ik voel de kippenvel op mijn armen en leun wat naar voren om haar het gevoel te geven dat het goed is. We bespreken daarna wat er nog nodig is voor cliënte in het traject. Ze heeft al veel verschillende cognitieve behandelingen gehad. We besluiten dat ik met haar lichaamsgericht ga werken. Waarbij mijn uitgangspunt is dat ze goed genoeg is en dat zelf mag gaan zien.

De begeleider zegt dat ze zo blij is hoe we als behandelaren aansluiten bij cliënte. Ze noemt het  zeldzaam hoe goed we haar aanvoelen, haar willen begrijpen en doen wat cliënte nodig heeft. Cliënte bevestigt dat. Ik voel de dankbaarheid van dit compliment mijn romp verwarmen, het is in mijn werk één van de grootste complimenten die ik kan krijgen. Dat de ander zich gezien en begrepen voelt.

Ik moet denken aan een principe van mijn opleiding: Relationele Chemie. Dit is het mysterieuze en inherente genezings- en groeipotentieel in de dynamiek van relaties. De chemie van elke relatie is uniek, interactief en brengt zowel impliciete als expliciete uitdagingen en kansen met zich mee (Ogden & Fisher, 2017; Ogden, Minton & Pain, 2020).

Relationele chemie is tegelijk wel en niet mysterieus wat mij betreft. Je voelt het vanzelf ontstaan in een contact tussen mensen. Soms is de chemie fijn, vol begrip en passend, wat het makkelijker maakt om tot groei te komen. In de rol als behandelaar ben ik blij als dat ontstaat, ik wil begrijpen wat de ander drijft en van daaruit bekijken wat ik kan bieden. Niet te veel en niet te weinig. Het moet passen. Het is een evenwicht waar ik soms ook zoekende ben. Soms is de chemie ook niet fijn. Dan komen er andere uitdagingen naar boven. Uitdagingen waarbij je telkens moet bekijken of ze wel of niet te overwinnen zijn in een behandelcontext. Als dat niet zo is, dan moet je daar als behandelaar eerlijk in zijn, vind ik, en op zoek gaan naar een ander persoon voor de betreffende cliënt, waarbij er een andere chemie ontstaat.

Mijn ervaring is dat de kracht van de relationele chemie groot is. Ik wil die zo puur mogelijk laten zijn. Ik lees me daarom meestal niet in, voordat ik iemand ontmoet. Ik wil eerst weten wat er ontstaat. Daarna kan ik kijken hoe dat bij anderen was. Als ik eerst lees, beïnvloedt de chemie die er was tussen de cliënt en anderen, mijn houding en dus ook de relationele chemie tussen de cliënt en mij. Dat wil ik graag voorkomen. Bij deze cliënt waren er veel ‘vooraf’ verhalen en onderzoeken. Ik ben blij dat ik deze niet gelezen of gehoord had vooraf, want dan was de chemie die er nu is wellicht anders geweest en ten koste gegaan van cliënte haar traject. Met het mooie compliment voel ik dat dit een goede keuze was.

——————————

Ogden, P., Minton, K. & Pain, C. (2020). Trauma en het lichaam; een sensorimotorische benadering van psychotherapie. Eeserveen: Mens!

Ogden, P & Fishter, J. (2017). Sensoriomotorpsychotherapy; interventies voor traumaverwerking en het herstel van gehechtheid. Eeserveen: Mens!

Tags:

No responses yet

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

nieuwsbrief

Wil je niks missen? Meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang een gratis E-book over de zinvolheid van spelen in persoonlijke ontwikkeling en herstel.

* indicates required